Seksueel geweld

De literatuur naar het plegen van seksueel geweld door vrouwen is beperkt. Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen slechts een klein aandeel hierin hebben (in Nederland tussen 1 en 3% van het aantal veroordelingen voor een seksueel delict; Korfage & De Hoop, 2006; internationaal zijn cijfers gevonden tussen 4 en 5%; Cortoni, Hanson, & Coache, 2010). Hierbij speelt wel de vraag of officiële cijfers wellicht een onderschatting vormen voor de werkelijke prevalentie. Seksueel misbruik door een vrouw is over het algemeen minder zichtbaar (bijvoorbeeld binnen een verzorgende rol) en bevindt zich vaker in de taboesfeer (bijvoorbeeld de lerares die een ‘seksuele relatie’ heeft met een leerling).

In een internationale meta-analyse naar recidive door vrouwelijke seksuele daders (N = 2490) vonden Cortoni en collega’s (2010) dat slechts 1 tot 3% opnieuw werd veroordeeld voor een seksueel delict; 4 tot 8% voor een niet-seksueel geweldsdelict; en 19 tot 24% voor een delict in het algemeen. De meerderheid van vrouwelijke seksuele daders pleegt een seksueel delict met een minderjarig slachtoffer. Vrouwen die seksuele delicten plegen bevinden zich vaker in een verzorgende relatie tot het slachtoffer en zijn minder geneigd om vreemden te misbruiken vergeleken met mannen die seksuele delicten plegen. Verder is bekend dat vrouwen wanneer zij seksuele delicten plegen dit relatief vaak samen met een mannelijke mededader doen.