Geweld door meisjes

Stijgende prevalentie?

Uit recent gepubliceerd onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) naar jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2007 blijkt dat - hoewel het aandeel mannelijke daders nog altijd duidelijk groter is dan het aandeel vrouwelijke daders - criminaliteit gepleegd door meisjes / vrouwen sterker toegenomen. Hierbij gaat het om alle vormen van criminaliteit, maar vooral geweldsdelinquentie lijkt sterk te stijgen. Mogelijke verklaringen zijn de emancipatoire verklaring (de zogenaamde inhaalslag van meisjes, het feit dat meisjes meer met jongens optrekken), maar ook de vermindering van tolerantie in de maatschappij voor (verbaal) gewelddadig gedrag door meisjes, met name wanneer gepleegd in groepsverband. Ook internationaal wordt een duidelijke stijging van criminaliteit door meisjes geconstateerd, en dan specifiek van geweldsdelicten. Hierbij wordt overigens ook de kanttekening gemaakt dat de stijging deels verklaard kan worden uit verminderde maatschappelijke tolerantie en toegenomen aandacht bij politie en justitie voor geweld door vrouwelijke daders.

 

Aard van gewelddadig gedrag door meisjes

De laatste jaren is er meer wetenschappelijke belangstelling ontstaan voor geweld door meisjes, waarbij een belangrijke vraag is of de aard en de ontwikkeling van gewelddadig gedrag door meisjes verschilt van jongens. Vooralsnog kan uit onderzoek geconcludeerd worden dat de aard van gewelddadig gedrag gepleegd door meisjes duidelijk verschilt van de aard van gewelddadig gedrag gepleegd door jongens. Geweld door meisjes is vaker reactief en binnen sociale relaties en juist minder vaak instrumenteel dan bij jongens. De meest voorkomende slachtoffers van geweld door meisjes zijn broers / zussen en leeftijdgenoten en minder vaak vreemden. Genoemde motieven voor delicten gepleegd door meisjes liggen vaker in de interpersoonlijke sfeer (wraak, jaloezie en roddel) dan bij jongens en meisjes vertonen significant vaker indirecte agressie vergeleken met jongens.

 

Risico en beschermende factoren voor geweld bij meisjes

Onderzoek heeft aangetoond dat - hoewel veel risicofactoren voor zowel jongens als meisjes valide zijn - er risicofactoren zijn die bij meisjes een sterkere voorspellende waarde voor recidive hebben dan bij jongens, bijvoorbeeld, mishandeling en trauma’s in de jeugd, problemen binnen sociale relaties en familie en weglopen van huis. Er kan hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen factoren waaraan meisjes vaker worden blootgesteld (bijvoorbeeld seksueel slachtofferschap) en factoren waarbij de sensitiviteit van meisjes groter is, dat wil zeggen die bij meisjes een sterker effect hebben op later gewelddadig of delinquent gedrag (bijvoorbeeld problemen binnen relaties). Verder komt uit de literatuur naar voren dat ‘vroegrijping’ een specifieke risicofactor voor meisjes is voor delinquentie en seksueel risicovol gedrag, vermoedelijk vanwege de omgang met oudere vrienden.

Hoewel er maar weinig onderzoek is naar specifieke beschermende factoren voor geweld bij meisjes zijn er aanwijzingen dat meisjes anders reageren op beschermende factoren dan jongens. Zo is bijvoorbeeld gevonden dat verbondenheid in de familie, positieve sociale relaties en het aanhangen van een religie een sterker beschermend effect hebben op meisjes dan op jongens. Momenteel wordt gewerkt aan de jeugdversie van de SAPROF, de SAPROF - Youth Version.

 

Risicotaxatie bij meisjes

Ondanks dat de stijging van geweld door meisjes wereldwijd wordt erkend en gezien als probleem voor de toekomst en dat onderzoek heeft aangetoond dat er verschillen bestaan in (het meten van) risico- en beschermende factoren tussen jongens en meisjes is het opvallend dat er nog geen instrument specifiek voor het inschatten van geweldsrisico bij adolescente meisjes bestaat. Onderzoek heeft aangetoond dat generieke risicotaxatie-instrumenten minder goed voorspellen voor meisjes dan voor jongens en dat gender-responsieve risicotaxatie-instrumenten nodig zijn. Wel is er een instrument voor het meten van antisociaal / gewelddadig gedrag door meisjes tussen de 6 en 12 jaar oud, de Early Assessment Risk List for Girls (EARL-21G). Naast risicofactoren die geldig zijn voor zowel jongens als meisjes bevat dit instrument twee risicofactoren specifiek voor meisjes; Caregiver-daughter interaction en Sexual development. Meer inzicht in gender-sensitieve risico- en beschermende factoren en daarmee een meer adequate risicotaxatie kan leiden tot behandelprogramma’s die meer responsief zijn naar de specifieke behoeften van meisjes met als ultiem doel herhaald gewelddadig gedrag te voorkómen.

Voor meer informatie en literatuur klik hier.